2C8AZMHZ94952075F326271A1C33
 
 

Rijwiel Hulpmotor Club Nederland

RHC

VIJF BONTE BONKER-BROMMERS

Een waargebeurde Kerstlegende uit het blad Bromfiets van december 2016

 

Tijdens de kerstdagen gaan de harten van de mensen open. Ze worden geroerd door het leed van hun medemens, van hulpbehoevende verschoppelingen. Aandoenlijke films op de buis en het altijd aanwezige ‘Jingle Bells’ doen daar nog een schepje bovenop. Het is Kerstmis! 

 

 

Edoch, dit verschijnsel is zeker niet alleen van onze tijd, ook in het grijze verleden ontwaakten reeds dit soort gevoelens. Dit relaas verhaalt van vijf dappere kerels, toevallig in het bezit van stoere hulpmotoren, die hun medemens te hulp schieten. Zij zijn daarmee tevens de grondleggers van de legendarische ´Bonte Bonkenrally´. Juist omdat dit zich afspeelt in de gevoelige kersttijd, mogen we gerust spreken van de Five Christmas-Kérels. Over de beauty komen we nog te spreken… 

 


Er was eens.., is in dit verhaal niet van toepassing, want we berichten u een waar gebeurde legende. Toen de Grote Crisis nog moest komen, hield het vijftal mannen zich regelmatig op in schuurtjes en afgesloten werkplaatsjes. Daar werd gewerkt aan de laatste vindingen van hun tijd: het gemotoriseerde rijwiel. Door het eeuwige gesleutel werden ze ook wel werden aangeduid als The Dirty Five. Ze stonden zeker niet alleen, want in hun dorp waren meerdere ‘piloten’ actief. Met enige regelmaat hielden ze zich op bij de lokale aardappel - magnaat: Hub Aendekerk, die inderdaad woonde aan de plaatselijke kerk. Aendekerk deed dus zijn naam eer aan door van deze toevallige woordspeling zijn gewoonte te maken. Aardappelhandel was de core business van Aendekerk en zijn zoon Naud. Zij hadden een waar imperium opgebouwd en de enorme hoeveelheden aardappelen getuigden van een welvarend bestaan. Maar niet iedereen mocht zich verheugen in een dergelijke rijkdom. Sterker nog, in de verre uithoek van hun provincie werd het leven in ontberingen geleefd. Vele mensen waren weggetrokken uit de streek en er was zelfs geen Zwarte Piet meer te vinden. En zeg nou zelf, zo krijgt de Kerstman toch vrij spel. De armoede was derhalve vreselijk en zelfs omroep Max had dit gebied nog niet gevonden. ‘Hulp is hard nodig’, zo riep meneer pastoor vanaf de preekstoel. 


Dirty Five

De Dirty Five, die met vieze handjes dus, waren weer eens bezig met olie en  vetgeslagen bougies toen Joost Heesakkers begon over de hongersnood in de afgelegen hoeken van de provincie. Hij controleerde juist de klepspeling van zijn ‘Cyclotracteur’ uit 1919. Hij had het ding uit Frankrijk laten overkomen, waar het lag te verstoffen in ‘Le Bon Coin’. Er zat veel werk aan, want er was nogal wat mis gegaan tijdens het transport. Die ‘Cyclotracteur’ is een gemotoriseerde fiets die echt wel bij Joost past. Joost heeft een passie voor zeer oude motoren en zijn onderzoekende geest heeft al heel wat geheimen blootgelegd, van vroege ontbrandingsmotoren op twee wielen. Hij zou later nog tekenen voor ‘Het Grote Solexboek’. Na een uitgebreide technische revisie was het ‘Wonder op wielen’ weer de weg opgekomen. Hij was daarbij bijgestaan door zijn teamgenoten en vooral Stefan Aendekerk (zoon van de aardappelmagnaat) was daarbij actief geweest. Naast een knap koppie en rappe handjes beschikt Stefan over bijzonder geavanceerd gereedschap. Zijn eigen JLO uit 1931 heeft hij gecompleteerd met zelf gefreesde kraantjes en typeplaatjes. Stefan verbaasde vriend en vijand met zijn vaardigheden. ‘Goed gereedschap is het halve werk en dan schaf je dat gewoon aan, zo verklaart hij. Het was niet alleen een doortastend gezelschap;ook het Bourgondische leven was henniet vreemd. Mede daardoor vond Peter Goverde, met zijn Miele uit ´32, al snel aansluiting bij de club. Vader en zoon Versteegen maakten toen al enige tijd deel uit van het illustere gezelschap De Versteegjes hielden zich vooral bezig met oude motoren en oude auto’s, maar mochten zich graag bij het groepje pioniers voegen. ´Techniek blijft trekken in welke vorm dan ook´, had Mark gezegd. Dat zoon Rens de liefde voor brommateriaal dus met de paplepel kreeg ingegeven, moge duidelijk zijn. Al pratend over de crisis, kwamen ook zij tot de conclusie dat hulp snel geboden moest worden. 



De noodleidende  medemens

Nog voor hun biertje verschraalde, zette het vijftal koers naar de opslag. In rap tempo ging het naar Aendekerk die reeds op de hoogte was, want als je zo dicht bij de kerk woont zijn de lijntjes kort. Hub en Naud Aendekerk waren volgaarne bereid de tocht te sponsoren, immers het lot van Noodleidende medemensen lag in hun handen. Aldaar werden de vele jute zakken gevuld met flinke ouderwetse Bonkers. Voor Stefan geen enkel probleem, want zijn JLO was uitgerust met twee stevige pakkendragers, één voor en één achter. Mark trok met een rappe zwier de DKW van Joost uit het voorraadhok, zijn bretellen konden de zwaartekracht maar juist weerstaan, want haast was nu geboden. De zakken leken wel door de lucht te vliegen, onder de grote ijver van het vijftal. Terwijl Rens zijn Saxonette uit ´38, voluit belastte op de voorvork, wierp Peter zomaar drie zakken op zijn Miele. Ook voelden zij het als hun plicht om te waarschuwen voor de vele gevaren die op de weg zouden loeren. Zo was er op hun route een lastige heuvel te nemen, en de weersverwachtingen waren bar slecht. Maar er was ook goed nieuws, ze mochten gratis brandstof innemen bij Shellina van Premix, de onechte dochter van een Mexicaanse oliehandelaar: Tex Aco. Zij zou door haar familie zijn achtergelaten in eenzaamheid, maar wel met een gigantische voorraad brandstof. Vandaar dat de hele omgeving haar kende als ‘Het Benzinemeisje’. 


En route

De volgende dag ging het vijftal heel vroeg op pad. Joost voorop en zijn ‘Cyclotracteur’ plofte dat het een lieve lust was. Het geluid van de oude Fransman was fantastisch en als een ridder te paard voerde hij de troep aan. Weldra bereikten de mannen de steile klim die aanvankelijk goed werd genomen. Echter, de Saxonette van Rens, met een 60cc-blok, werd al snel behoorlijk ‘moe’. Op de vlakke stukken trapte Rens zich al het leplazarus, maar hier waren toch vereende krachten nodig. Het sierlijk gevormde tankje op het achterspatbord mocht dan wel resulteren in een fraai gelijnd brommertje; de prestaties waren minder dan die van een hobbelpaard. De spreekwoordelijke worst kwam nog niet in beweging, laat staan dat ze van tafel werd getrokken. De 10 extra cc’s brachten weinig pit in de machine. De Miele van Peter had er geen enkele moeite mee, ’Miele, er is geen betere!’. Peter trok zijn muts nog wat verder over zijn oren en sprong zijn kompaan bij. Toch werd er op die manier veel kostbare tijd verloren en daarom besloten de mannen een stuk af te snijden. Dat ze daarbij over privé-land moesten rijden, kon de hulpverleners niet boeien. Het kronkelende pad leidde hen echter rechtstreeks naar het landgoed van Baron Gas ter Planck. Zwaaiend met zijn  Winchester hield de kasteelheer het stelletje staande. ‘Van mijn land!’, schreeuwde de hoogbejaarde edelman en vuurde wel driemaal in de lucht. Rens trapte nu helemaal de longen uit zijn lijf en Mark zette het vuur onder zijn biefstukwarmer een tandje hoger. De DKW loeide alsof er levens vanaf hingen maar toch, de Miele bleek al snel de ideale vlucht-brommer. ‘Gas ter Plancke’ zette met zijn Citroën nog even de achtervolging in, maar tijdens een bochtige afdaling verloor hij de vluchtelingen uit het oog. 



Een beeldschone deerne

Eenmaal veilig werd de rit een stuk aangenamer. Wuivende doorgeschoten aspergevelden leken de kerels welkom te heten. Na enkele vreedzame kilometers ontwaarde het vijftal een bekend merkteken. Een grote gele schelp bleek te verwijzen naar de woonplaats van Shellina. Zelfverzekerd hanteerde Rens de levensgrote klopper aan de voordeur, want er was dringend behoefte aan nieuw ‘voer’ voor hun ijzeren paarden. Die zelfverzekerdheid verdween als bij toverslag  toen de deur werd geopend. In de opening stond een jeugdige beeldschone deerne. Een wit mutsje verborg haar gouden lokken, maar de edele trekken van haar gezichtje straalden. Rens stond als aan de grond genageld. De gestalte in de deuropening  maakte van de jongeling Rens plotseling een volwassen man. Toevallig vierde Rens op die avond ook zijn 18e verjaardag, maar doorgaans voltrekt zich het volwassen wordingsproces toch veel minder snel. Het was heel fijn dat Shellina met vaste hand de tankjes vulde, want Rens kon zijn tankdop niet eens los krijgen. Nog even informeerde hij heimelijk naar voornoemde hand, maar die bleek uitsluitend te geef voor een sultan uit Koeweit. Na een betrekkelijk rustige voortzetting van de barre tocht bereikte men eindelijk de hulpbehoevende families die al op de stoep van hun schamele woningen stonden te wachten. De ontvangst door moeder en dochter  Lucy en Laura was hartverwarmend. Als gouden trofeeën werden de aardappels uit de zakken gehaald en onmiddellijk op het vuur gezet, gevolgd door een memorabele maaltijd in een schilderachtige omgeving.


Epiloog

Jawel, naast onverschrokkenheid, doorzettingsvermogen en romantiek zit er ook veel droefenis en armoede in dit heldenverhaal. Maar zoals meestal, zit het verrassende element bij legendes ook nu weer in de staart. Met de arme Belgisch Limburgse grensstreek is het allemaal ruimschoots goed gekomen, want toen men eenmaal doorkreeg dat aardappels in vierkante reepjes gesneden een doorslaand succes zouden zijn als patates frites, kende de regio een ongebreidelde economische bloei. Het land van Gas ter Planck werd uiteindelijk geschonken aan de Efteling en Rens trouwde met Doornroosje. Shellina trouwde op haar beurt met Geert Wilders. Ze bleek slechtziend en had zijn weelderige haardos aangezien voor een tulband, toen ze haar ja-woord gaf. Peter Goverde bleek bij thuiskomst een wasmachine van een bekend merk te hebben gewonnen. Nog altijd wordt de heroïsche route nagereden als de ‘Bonte Bonken Rally’ en draagt de steile klim daarin de trotse aanduiding: ‘Alp d’uh Vijf’.                                 En de overige deelnemers? zult u zich afvragen. Die kregen een eervolle vermelding in het eerste bromfietsnummer van 2017 als ‘The Five Christmas-kérels’.